Matthew Porterfield: ‘Ik cast mensen die ik zelf interessant vind’

matt pica jpegMatthew Porterfield’s derde speelfilm I Used To Be Darker is binnen het Amerikaanse dramagenre in meerdere opzichten een onconventionele film. Verwacht geen spannend plot met veel actie, opeenvolgende gebeurtenissen of clichés. Porterfield’s stijl is observerend, bijna een karakterstudie, met nadruk op de dynamiek tussen de personages- en op (experimentele) muziek.

Het verhaal gaat over de jonge Ierse Taryn (Deragh Campbell), die van huis wegloopt en afreist naar familie in de VS. Daar wil ze even ontsnappen aan haar problemen, maar komt er al snel achter dat haar oom en tante (Ned Oldham and Kim Taylor) en nicht Abby (Hannah Gross) midden in een familiecrisis zitten. Ik sprak Porterfield in augustus 2014, toen hij in Berlijn was om aan zijn nieuwste productie te werken. Ik vroeg hem over Darker en over zijn stijl als filmmaker.

I Used To Be Darker speelt zich af in Baltimore, waar je zelf vandaan komt en ook je eerdere films maakte. Wat betekent het voor je om daar je werk te maken?
“Toen ik eind jaren ’90 met films maken begon was ik in New York, maar ik wist al snel dat ik mijn verhalen daar niet wilde vertellen. Er ligt al meer dan genoeg nadruk op New York in andere films en series. Zelf haalde ik veel inspiratie uit Amerikaanse avant-gardefilms met een sterke persoonlijke inslag, zoals die van Jonas Mekas. Ik begon zelf wat scenario’s te schrijven in Baltimore. Ik merkte dat ik er tijdens het filmen zoveel meer leerde kennen, van de omgeving en de mensen. Ondanks dat het een kleine stad is, blijft er veel te ontdekken. Dat maakt Baltimore voor mij een boeiende plek om mijn werk te maken. Net als in mijn tweede film Putty Hill komen verschillende acteurs uit Darker zelf ook uit die omgeving. De samenwerking met de cast was daardoor heel close, wat heel goed werkte voor het verhaal.”

In je films zet je plekken en mensen in die je zelf al kent. Ook lijken sommige acteurs, zoals Kim, eerder zichzelf te spelen dan een rol. Zie je jouw stijl als een mengeling van fictie en documentaire?
“Ja, in zekere zin werk ik met een mengvorm van beide filmtechnieken. Ook al is het verhaal van Darker wel puur fictie. In de aftiteling zie je dat Kim Taylor de rol van Kim speelt, en dat ook sommige andere acteurs dezelfde naam hebben als hun personage. Kim is in het echte leven singer/songwriter, net als in de film. Datzelfde geldt ook voor andere muzikanten die je in Darker ziet. Ik cast mensen die ik zelf interessant vind, ook als dat geen acteurs zijn. Ik denk ook dat veel gebeurtenissen uit het echte leven een vertrekpunt kunnen zijn waarmee je een nieuw verhaal kunt neerzetten. De combinatie van die technieken zorgt voor het persoonlijke karakter van de film.”

Kun je iets vertellen over hoe je dialoog inzet om een verhaal te vertellen?
“Ik heb in al mijn films eigenlijk heel verschillend gewerkt met dialoog. In mijn eerste film wilde ik helemaal geen dialogen schrijven, want ik vond dat ik daar niet goed in was. Ik liet de acteurs zelf hun dialogen maken en improviseren. Dat was ook zo in Putty Hill. I Used To Be Darker had wel een script, wat ik samen schreef met Amy Belk, een fictieschrijfster. Maar de acteurs mochten ook van het script afwijken en er hun eigen draai aan geven. We hebben met zijn allen de personages vormgegeven.
Ik probeer dialogen niet te uitdrukkelijk of expressief te maken. Veel woorden kunnen soms vragen oproepen, zonder echt antwoord te geven. In Darker vind ik trouwens dat de muziek ook een deel vormt van de dialoog. Met muziek begrijp je de emotie van een personage soms beter dan met woorden.”

De scène waarin Taryn en Kim het fotoalbum bekijken vond ik erg mooi. Ik denk dat foto’s iets speciaals kunnen oproepen als je die samen bekijkt, en dat kwam ook sterk over bij Taryn en Kim. Kun je iets vertellen over het ontstaan van deze scène?
“Leuk dat je dat benoemt. Die scène komt niet zo vaak ter sprake, maar is eigenlijk één van mijn favorieten. Ik heb zelf het gevoel dat veel van mijn herinneringen eigenlijk foto’s zijn. Dan weet ik niet zeker of het echt een herinnering is, of dat ik me gewoon het beeld van de foto herinner, vooral als het om momenten uit mijn jeugd gaat. Ik heb heel sterke associaties bij de fotoalbums die mijn moeder en mijn oma vroeger bijhielden. Ik vind het ook heel leuk dat als ik thuiskom bij iemand die ik nog niet zo goed ken, dat er dan soms fotoalbums uit de kast worden gehaald. Dat je dan ineens van alles ziet uit iemands verleden. Het speciale gevoel dat je iemands geschiedenis ontdekt, dat wilde ik ook overbrengen in de scène.”

Wat heeft je het meest verrast tijdens het filmen van Darker?
“Ik vond het verrassend dat de huizen waarin we opnamen ook een soort karakters in het verhaal werden. Vooral Bill’s huis, waar Kim uit vertrekt, is een belangrijke plek. Het staat voor hun gezamenlijke geschiedenis, hun veranderende relatie en het staat ook voor de familie die verandert. Ieder personage heeft een andere relatie tot dat huis. Ik heb het verhaal niet geschreven met dat huis in mijn achterhoofd, we kwamen er eigenlijk bij toeval terecht via één van de acteurs. De plek bleek helemaal te passen bij wat we zochten. Dat kwam ook door onze production designer, Bart Mangrum. Hij heeft veel aandacht besteed aan de sfeer in elke ruimte, zoals in Abby’s kamer.”

Kun je kort iets vertellen over je volgende project?
“Ja, ik ben nu in Berlijn en ga binnenkort starten met een korte film. Hannah Gross speelt erin mee, zij is degene die Abby speelt in I Used To Be Darker. Het gaat over ruimtes en is gebaseerd op een tekst van George Perec, Espèces d’espaces. Ik ben nu ook twee jaar bezig aan een ander script. Het gaat over een man die op proefverlof uit de gevangenis mag en dan bij zijn vader thuis woont. Ik ga deze herfst verder werken aan die film, als ik terug ben in Baltimore.”

Gerelateerde links

Op de officiële website van I Used To Be Darker vind je de trailer, achtergrondinformatie over het verhaal, de cast en de crew, foto’s en meer.
http://www.iusedtobedarkermovie.com/

Porterfield’s inspiratiebron voor zijn nieuwste film is Espèces d’espaces (1974) van George Perec, in het Nederlands vertaald als ‘Ruimten Rondom’- een dagboek van een ruimtegebruiker, waarin Perec zich afvraagt “wat erom de leegte heen of erin zit”.
http://ruimtenrondom.files.wordpress.com/2012/01/georges-perec-ruimten-rondom.pdf

Met dank aan: Pluk de Nacht Open Air Filmfestival
Dit interview verscheen in een andere versie op : http://www.plukdenacht.nl/daily-pluk/2014/08/09/ik-cast-mensen-die-ik-zelf-interessant-vind/